ECLI:NL:RVS:2015:277
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel en niet-ontvankelijkheid hoger beroep inreisverbod
De staatssecretaris heeft op 20 februari 2014 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. Vervolgens heeft de staatssecretaris op 5 maart 2014 het inreisverbod ingetrokken. De vreemdeling heeft tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod beroep ingesteld bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad overwoog dat de gronden tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning geen aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Ten aanzien van het inreisverbod werd vastgesteld dat dit door de staatssecretaris was ingetrokken, waardoor het hoger beroep hierover niet ontvankelijk is.
De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank over de verblijfsvergunning en verklaart het hoger beroep voor het overige niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd en het hoger beroep tegen het ingetrokken inreisverbod wordt niet-ontvankelijk verklaard.