ECLI:NL:RVS:2015:2797

Raad van State

Datum uitspraak
13 juli 2015
Publicatiedatum
2 september 2015
Zaaknummer
201209762/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.J. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel en toewijzing hoger beroep

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 8 september 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 oktober 2012 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en aansluitend op een eerdere uitspraak van 8 juli 2015 in vergelijkbare zaken geoordeeld dat het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd moeten worden. Het hoger beroep is gegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank alsnog gegrond verklaard.

De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €1.470,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 13 juli 2015.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning vernietigd en de proceskosten worden aan de vreemdeling toegekend.

Uitspraak

201209762/1/V2.
Datum uitspraak: 13 juli 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 5 oktober 2012 in zaken nrs. 12/28921 en 12/28927 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij besluit van 8 september 2012 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 5 oktober 2012 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door
mr. H. Tadema, advocaat te Deventer, hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De in hoger beroep opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling bij uitspraak van 8 juli 2015 in zaken nrs. 201208550/1/V2, 201110141/1/V2 en 201210441/1/V2 beantwoord. Die overwegingen zijn ook in deze zaak van toepassing, zodat het hoger beroep kennelijk gegrond is. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Hetgeen overigens is aangevoerd behoeft geen bespreking. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, wordt het inleidende beroep alsnog gegrond verklaard en voormeld besluit vernietigd.
2. De staatssecretaris moet op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten worden veroordeeld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 5 oktober 2012 in zaak nr. 12/28921;
III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep gegrond;
IV. vernietigt het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 8 september 2012, V-nummer [nummer];
V. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.470,00 (zegge: veertienhonderdzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Duyster, griffier.
w.g. Van Eck w.g. Duyster
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2015
664-825.