ECLI:NL:RVS:2015:2799
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel na vertrek vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 12 november 2013 een aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 oktober 2014 het beroep gegrond verklaarde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure bleek uit een vertrekverklaring van de vreemdeling dat hij op 2 april 2015 met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie Nederland had verlaten en lopende verblijfsrechtelijke procedures introk.
De Raad van State overweegt dat de vreemdeling hierdoor geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. De staatssecretaris is niet langer gehouden een nieuw besluit te nemen en heeft geen belang bij de beoordeling van zijn grieven. Daarom verklaart de Afdeling de hoger beroepen niet-ontvankelijk en wijst zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De hoger beroepen van de staatssecretaris en de vreemdeling worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.