ECLI:NL:RVS:2015:2825
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boete wegens ontbreken werkgeverschap in Wav-zaak
Bij besluit van 6 december 2012 legde de minister een boete van €32.000 op aan appellante wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het boetebesluit. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellante als werkgever in de zin van de Wav kon worden aangemerkt. De minister stelde dat appellante als opdrachtgever en werkgever moest worden beschouwd, mede vanwege de aard, duur en omvang van de werkzaamheden die vreemdelingen zonder vergunning uitvoerden. De Afdeling oordeelde echter dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat appellante meer was dan louter afnemer van de dienst, zoals vereist volgens eerdere jurisprudentie.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van appellante verviel daarmee. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en werd een griffierecht geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.