ECLI:NL:RVS:2015:2831
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik ondanks vrijspraak strafrechtelijk rijgedrag
Het CBR legde appellant een onderzoek op naar zijn geschiktheid om motorrijtuigen te besturen na een melding van de politie over een hoge ademalcoholwaarde bij appellant. Het onderzoek leidde tot een conclusie van alcoholmisbruik, waarop het CBR het rijbewijs ongeldig verklaarde. Appellant voerde aan dat hij niet als bestuurder had gehandeld en verwees naar getuigenverklaringen en een vrijspraak door de politierechter.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht uitging van het proces-verbaal van bevindingen dat appellant als bestuurder aanwees, en dat de vrijspraak in strafrechtelijke zin niet betekent dat het bestuursrechtelijke vermoeden vervalt. Het psychiatrisch rapport concludeerde dat sprake was van alcoholmisbruik, wat het CBR als grond voor ongeldigverklaring gebruikte.
Appellant stelde dat het CBR onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van alcoholmisbruik, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het rapport inhoudelijk voldoende was en dat het niet aan het CBR of de bestuursrechter is om het medisch oordeel te toetsen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens alcoholmisbruik.