ECLI:NL:RVS:2015:2838
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.J. Parkins-de Vin
- B.J. van Ettekoven
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vaststelling hogere geluidwaarden in Appingedam
Het college van burgemeester en wethouders van Appingedam stelde op 31 mei 2013 hogere waarden vast voor de geluidbelasting van woningen nabij het industrieterrein Woldweg. Appellanten betoogden dat het ontwerpbesluit niet aan hen was toegezonden, wat in strijd zou zijn met de Awb. De Afdeling oordeelde echter dat dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd, omdat appellanten tijdig zienswijzen hadden ingediend en niet benadeeld waren.
Daarnaast voerden appellanten aan dat de aanpassing van de geluidzone niet strookte met een goede ruimtelijke ordening en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar bron- en overdrachtsmaatregelen, zoals het aanleggen van een geluidwal. Het college stelde dat de hogere waarden noodzakelijk waren voor toekomstige bedrijfsontwikkelingen en dat maatregelen zoals geluidwallen stedenbouwkundig en financieel onwenselijk waren.
De Afdeling stelde vast dat het college binnen zijn bevoegdheid handelde en dat de bezwaren tegen het akoestisch onderzoek onvoldoende waren onderbouwd. Ook werd geoordeeld dat de ruimtelijke ordening in het kader van het bestemmingsplan moet worden beoordeeld, waarvoor een apart beroep liep. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot vaststelling van hogere geluidwaarden zijn ongegrond verklaard.