ECLI:NL:RVS:2015:2846
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen omgevingsvergunning voor kappen beplanting in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 2 april 2014 een omgevingsvergunning voor het kappen en omvormen van beplanting aan een locatie in Rotterdam. Stichting Natuurbescherming Vlinderstrik (SNV) maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat het college niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep van SNV ongegrond. SNV stelde dat negentien van de gekapte bomen niet onder de vergunning vielen en dat het college niet bevoegd was om op grond van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart de vergunning te verlenen. Tevens vorderde SNV een herplantplicht.
De Raad van State oordeelde dat de vergunning betrekking had op alle gekapte bomen, inclusief de negentien betwiste exemplaren, en dat de activiteit reeds was uitgevoerd. Hierdoor had SNV geen belang meer bij de beoordeling van haar bezwaar. Het standpunt van SNV dat het Verdrag onjuist zou worden toegepast, bood geen grond voor ontvankelijkheid, omdat dit in toekomstige procedures kan worden behandeld. De vordering tot herplantplicht werd verworpen omdat de bomen niet waren gerooid maar afgezaagd en weer uitlopen, waardoor de groenstructuur behouden blijft.
SNV stelde schade te lijden door aantasting van ecologische en landschappelijke waarden, maar maakte dit niet aannemelijk. De Raad van State bevestigde daarom de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van SNV wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.