ECLI:NL:RVS:2015:2848
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningen elektriciteitscentrale Eemshaven wegens onvoldoende natuurtoets
Bij besluiten van april 2013 verleenden de staatssecretaris en provincies vergunningen aan RWE voor de bouw en exploitatie van een elektriciteitscentrale in de Eemshaven, inclusief natuurmaatregelen in Natura 2000-gebieden. Diverse milieuorganisaties en Duitse gemeenten stelden beroep in tegen deze besluiten wegens onvoldoende passende beoordeling van effecten op Natura 2000-gebieden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak dat de passende beoordeling tekortschiet, met name voor de stikstofdepositie op de gebieden Lieftinghsbroek en Drouwenerzand en de effecten van kwikemissie. Verweerders werden opgedragen aanvullende onderzoeken uit te voeren en de besluiten aan te passen. In oktober 2014 werden gewijzigde besluiten genomen met nieuwe natuurmaatregelen.
De Afdeling beoordeelde uitgebreid de aangevoerde bezwaren over de systematiek van stikstofdepositie, de gehanteerde kritische depositiewaarden, de instandhoudingsdoelstellingen, en de effectiviteit van natuurmaatregelen. Ook werd de beoordeling van kwikemissie en cumulatieve effecten onderzocht. De Afdeling concludeert dat de systematiek en natuurmaatregelen in de nieuwe besluiten in beginsel toereikend zijn en dat de effecten van kwikemissie niet leiden tot aantasting van Natura 2000-gebieden.
Desondanks vernietigt de Afdeling de besluiten van april 2013 wegens onvoldoende onderbouwing, verklaart de beroepen tegen de herstelbesluiten van oktober 2014 ongegrond en veroordeelt verweerders tot proceskostenvergoeding. De Afdeling gaat niet terugkomen op eerdere oordelen en bevestigt dat natuurmaatregelen als mitigerend mogen worden meegewogen.
Uitkomst: De besluiten van april 2013 worden vernietigd wegens onvoldoende passende beoordeling, herstelbesluiten van oktober 2014 blijven gehandhaafd.