ECLI:NL:RVS:2015:2863
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens Dublinverordening
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 4 februari 2014 is afgewezen op grond van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek volgens de Dublinverordening.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overweegt dat het besluit van 4 februari 2014 een besluit van gelijke strekking is als het eerdere besluit van 17 januari 2012 en dat toetsing door de bestuursrechter slechts mogelijk is bij nieuwe feiten, veranderde omstandigheden of relevante wetswijzigingen.
De vreemdeling voerde aan dat overdracht aan Italië in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege het ontbreken van opvanggaranties, zoals besproken in het arrest Tarakhel. De staatssecretaris overlegde echter een verklaring van de Italiaanse autoriteiten met garanties voor opvang van gezinnen met minderjarige kinderen en een procedure voor communicatie over de opvanglocatie.
De Afdeling concludeert dat geen bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten zijn aangevoerd die een schending van het refoulementverbod opleveren. Het hoger beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.