ECLI:NL:RVS:2015:2869
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen mvv-besluit en proceskostenveroordeling staatssecretaris
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het bezwaar van een vreemdeling tegen de afwijzing van haar machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris een onjuist toetsingskader had gehanteerd en dat het primaire doel van het au pair verblijf, namelijk kennismaking met de Nederlandse cultuur, niet voldoende was beoordeeld. De staatssecretaris stelde zich op het standpunt dat de vreemdeling tijdens het interview op de ambassade in Manilla onvoldoende kennis had van de Nederlandse cultuur en dat haar verblijf niet primair gericht was op culturele kennismaking.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich terecht op de verklaringen tijdens het interview had gebaseerd en dat de rechtbank ten onrechte niet alle relevante verklaringen had betrokken. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze niet had bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven en bepaalde dat deze rechtsgevolgen met toepassing van de Awb volledig in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €490,00.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 28 februari 2014 blijven geheel in stand en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.