ECLI:NL:RVS:2015:2874
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees aanvragen van een gezin voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af op grond van de Regeling langdurig verblijvende kinderen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht de contra-indicatie toepaste dat de vreemdelingen niet hebben meegewerkt aan hun vertrek, omdat zij niet aannemelijk maakten dat zij de vereiste stappen hadden ondernomen om hun vertrek te realiseren. De rechtbank had dit onjuist beoordeeld.
Verder werd geoordeeld dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro door de staatssecretaris zorgvuldig en redelijk was, waarbij het feit dat de kinderen in Nederland geboren zijn en naar school gaan niet doorslaggevend was. Ook de aangevoerde bijzondere omstandigheden konden geen afwijking van de beleidsregel rechtvaardigen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.