ECLI:NL:RVS:2015:2888
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking last onder dwangsom wegens ontbreken legalisering uitrit
Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn had bij besluit van 12 juni 2012 een last onder dwangsom opgelegd aan belanghebbende wegens het gebruik van een uitrit buiten de vergunde werktijden. Later trok het college deze last in bij besluit van 18 november 2013, naar aanleiding van een verleende omgevingsvergunning van 14 november 2013 voor wijziging van de inrichting.
Appellant stelde dat het gebruik van de uitrit buiten de vergunde werktijden niet was gelegaliseerd door deze vergunning. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er concreet zicht op legalisering bestond sinds de aanvraag van 27 november 2012. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak echter omdat de verleende vergunning niet voorziet in het gebruik van de uitrit buiten de werktijden.
De Afdeling oordeelt dat het college ten onrechte heeft aangenomen dat sprake was van concreet zicht op legalisering en verklaart het hoger beroep gegrond. Het besluit van het college van 14 mei 2014, waarin het bezwaar van appellant ongegrond werd verklaard, wordt vernietigd. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de last onder dwangsom is vernietigd.