ECLI:NL:RVS:2015:2894
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Oordeel over gedoogplicht Waterwet voor dijkverbetering en belangenafweging rechthebbende
Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe legde aan appellant een gedoogplicht op op grond van artikel 5.24 van de Waterwet, ter uitvoering van het Projectplan Veiligheid Zuidelijke Randmeren en Eem. Appellant, exploitant van een melkveehouderij, stelde dat zijn belangen onteigening vorderen vanwege de omvang en duur van de werkzaamheden, de bereikbaarheid van graslanden en mogelijke schade aan zijn percelen.
De Raad van State overwoog dat het gebruik van circa 9.962 m² van de totaal 153.290 m² grond relatief gering is en dat de gedoogplicht beperkt is tot de periode tot 31 december 2017, met werkzaamheden die enkele maanden in beslag nemen. De zorgen over de bereikbaarheid van de binnendijks gelegen graslanden en de bereikbaarheid van het bedrijf voor verkeer werden door het college adequaat ondervangen met tijdelijke voorzieningen.
Verder stelde het college dat eventuele schade aan de percelen zal worden hersteld en dat geen verslemping wordt verwacht. Voor mogelijke schade kan appellant een verzoek indienen op grond van artikel 7.14 van de Waterwet. Gelet op deze omstandigheden concludeerde de Afdeling dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die onteigening vereisen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedoogplicht Waterwet wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.