ECLI:NL:RVS:2015:2904
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening huurtoeslag wegens onjuiste toepassing Awir
Appellante huurt een woning van haar vader en ontving huurtoeslag over 2010. De Belastingdienst stelde aanvankelijk de huurtoeslag vast op €2.302,00, maar herzag dit later naar nihil omdat geen huurbetalingen waren verricht. Appellante stelde dat haar vader haar maandelijks een bedrag schonk ter grootte van de huur, waardoor zij wel kosten had gemaakt. De rechtbank oordeelde echter dat geen aanspraak op huurtoeslag bestond omdat de kosten niet daadwerkelijk waren betaald.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de huurtoeslag een tegemoetkoming is in de kosten van het huren van een woning en dat deze kosten daadwerkelijk moeten zijn gemaakt om aanspraak te kunnen maken. De schenking en verrekening met huurbetalingen door de vader van appellante kan niet als bewijs van daadwerkelijke huurbetaling worden gezien. Wel stelde de Afdeling vast dat de herziening van de toeslag op basis van artikel 21 Awir Pro onterecht was omdat niet was aangetoond dat appellante wist of behoorde te weten dat de toeslag ten onrechte was toegekend.
Daarom werd het besluit tot herziening vernietigd en bleef de oorspronkelijke vaststelling van de huurtoeslag van €2.302,00 in stand. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het beroep tegen het herzieningsbesluit toegewezen en het bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit ongegrond verklaard. De Belastingdienst werd tevens verplicht het betaalde griffierecht aan appellante te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de huurtoeslag over 2010 wordt vernietigd en de oorspronkelijke toeslag van €2.302,00 blijft van kracht.