ECLI:NL:RVS:2015:2917
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen coniferen op recreatiepark wegens concreet zicht op legalisatie
Appellant verzocht het college om handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van coniferen op recreatiepark Naturistisch Rekreatiepark, omdat deze in strijd zouden zijn met het milieuvergunningvoorschrift 1.1.9 dat brandgevaarlijke begroeiing verbiedt. Het college wees dit verzoek af, verwijzend naar een ontwerpbesluit tot intrekking van dit voorschrift, wat concreet zicht op legalisatie bood. Het bezwaar en het beroep van appellant werden ongegrond verklaard door het college en de rechtbank.
Appellant stelde in hoger beroep dat concreet zicht op legalisatie niet bestond, mede gelet op een eerdere uitspraak waarin het intrekkingsbesluit was vernietigd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat ten tijde van het besluit op bezwaar het ontwerpbesluit tot intrekking ter inzage lag en dat het niet duidelijk was dat dit besluit niet in stand kon blijven. Hierdoor bestond concreet zicht op legalisatie, zodat handhaving achterwege kon blijven.
Verder werd geoordeeld dat het betoog dat de coniferen brandgevaarlijk zouden zijn niet tot vernietiging van het besluit kon leiden, omdat het intrekkingsbesluit van het voorschrift handhaving overbodig maakte. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij het handhavingsverzoek tegen de coniferen werd afgewezen vanwege concreet zicht op legalisatie.