ECLI:NL:RVS:2015:293
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing VOG-aanvraag voor chauffeurskaart ondanks minderjarige leeftijd en antecedenten
De staatssecretaris weigerde de aanvraag van appellant om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een chauffeurskaart vanwege meerdere justitiële antecedenten, waaronder veroordelingen voor rijden zonder rijbewijs en andere strafbare feiten. Appellant was bij de meeste feiten minderjarig. De rechtbank oordeelde dat het objectieve criterium voor weigering was vervuld en dat het subjectieve criterium, waaronder de minderjarige leeftijd, niet in het voordeel van appellant mocht worden meegewogen.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte de datum van de uitspraak in eerste aanleg als uitgangspunt nam voor het tijdsverloop in plaats van de pleegdatum, en dat zijn minderjarige leeftijd en het feit dat hij inmiddels zijn rijbewijs heeft gehaald, in zijn voordeel moesten worden meegewogen. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierpen deze argumenten, stellende dat de beleidsregels duidelijk de datum van uitspraak hanteren en dat de antecedenten niet als lichte jeugdzondes kunnen worden beschouwd.
Verder stelde appellant dat vanwege de continue screening in de taxibranche en het ontbreken van recente incidenten de staatssecretaris van de beleidsregels had moeten afwijken. Dit werd eveneens verworpen omdat de continue screening niet relevant is voor de aanvraagbeoordeling en het tijdsverloop reeds in de beleidsregels is verwerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag voor een chauffeurskaart ondanks minderjarige leeftijd en antecedenten.