ECLI:NL:RVS:2015:2933
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Verlening tijdelijk huisverbod wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor veiligheid woningbewoners
De burgemeester van Amsterdam legde op 28 maart 2014 een tijdelijk huisverbod van tien dagen op aan een persoon wegens een incident waarbij de veiligheid van medebewoners in gevaar was. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit op 20 augustus 2014, stellende dat niet was komen vast te staan dat er een ernstig en onmiddellijk gevaar bestond.
De burgemeester ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het huisverbod een preventieve maatregel is die niet vereist dat strafbare feiten onomstotelijk zijn vastgesteld, maar dat aannemelijk moet zijn dat er een ernstig en onmiddellijk gevaar bestaat. De Raad van State stelde vast dat de burgemeester zich op voldoende ondersteunende verklaringen en objectieve gegevens kon baseren, waaronder verklaringen van de vrouw, het kind en de oom, en een proces-verbaal van bevindingen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. Tevens oordeelde de Afdeling dat het huisverbod terecht was opgelegd ondanks het feit dat de wederpartij de woning had gekocht, omdat het belang van de vrouw en het kind zwaarder woog dan dat van de wederpartij.
Uitkomst: Het tijdelijk huisverbod van tien dagen opgelegd door de burgemeester wordt bevestigd en het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard.