ECLI:NL:RVS:2015:2937
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.Th. Drop
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit erkenning bedrijfsvoorraad wegens onevenredigheid sanctie
De RDW heeft op 3 april 2014 de erkenning bedrijfsvoorraad van appellante en de daaraan verbonden bevoegdheden voor zes weken ingetrokken wegens overtredingen van de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad. Appellante had eerder een waarschuwing ontvangen voor het uitschrijven van een vrijwaringsbewijs zonder voorafgaande aanmelding in de bedrijfsvoorraad. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam had het besluit van de RDW deels vernietigd en de intrekking beperkt tot drie weken.
Zowel appellante als de RDW gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de intrekking van de erkenning een punitief karakter heeft en dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet indringend heeft getoetst of de zwaarte van de sanctie in verhouding stond tot de ernst van de overtreding.
De Afdeling stelt vast dat de RDW het beleid correct heeft toegepast en dat de gevolgen van de maatregel voor appellante niet onevenredig zijn. De stelling van appellante dat de sanctie tot faillissement zal leiden, wordt onvoldoende onderbouwd. Ook de bewering dat de demontagewerkzaamheden onmogelijk worden gemaakt, wordt door de RDW gemotiveerd weerlegd. Het hoger beroep van de RDW wordt gegrond verklaard, dat van appellante ongegrond, en het beroep tegen het intrekkingsbesluit wordt alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft van kracht.