ECLI:NL:RVS:2015:294
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging exploitatievergunning horeca van dag- naar avondzaak in Amsterdam
De burgemeester van Amsterdam wees op 27 februari 2013 de aanvraag van appellant tot wijziging van zijn exploitatievergunning voor een horecabedrijf aan een locatie in Amsterdam van dagzaak naar avondzaak af. Appellant maakte bezwaar, dat op 5 juli 2013 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit op 4 juli 2014 wegens een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De burgemeester stelde in incidenteel hoger beroep dat er wel degelijk beleid bestaat voor de beoordeling van dergelijke aanvragen, gebaseerd op de Algemene plaatselijke verordening (APV) en het Horecabeleidsplan 2008, de Notitie evaluatie uitgaanspleinen en de Horecavisie 2011-2014. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat geen beleid bestond en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het hoger beroep van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belang meer had bij de beoordeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het besluit van 5 juli 2013 inhoudelijk en oordeelde dat de burgemeester terecht de aanvraag afwees omdat het beleid geen verruiming van openingstijden in de omliggende straten van het Leidseplein toestaat en appellant geen bijzondere omstandigheden had gesteld die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Argumenten over faillissement en het type publiek werden niet als bijzonder aangemerkt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 februari 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de wijziging van de exploitatievergunning wordt ongegrond verklaard.