ECLI:NL:RVS:2015:2943
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling knowing and personal participation bij afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht aannam dat de vreemdeling, als beroepssergeant in het Turkse tweede leger, wist of had moeten weten van misdrijven gepleegd door Turkse veiligheidstroepen in Zuidoost-Turkije in 1994-1995. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat alleen bijzondere eenheden schuldig waren en dat de vreemdeling slechts een gewone soldaat was.
De Raad stelde vast dat de verklaringen van de vreemdeling en diverse rapporten van Human Rights Watch, UNHCR en andere instanties voldoende ernstige redenen geven om artikel 1(F) toe te passen. De vreemdeling faalde ook in zijn betoog dat hij handelde op wettelijk bevel dat niet onwettig was.
Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk vanwege het inreisverbod. Het beroep tegen het inreisverbod is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het besluit van 9 januari 2014 blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaard.