ECLI:NL:RVS:2015:2951
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring gesteld: hoger beroep tegen opheffing vrijheidsontneming afgewezen
Bij besluit van 27 juli 2015 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 4 augustus 2015 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de vrijheidsontneming opgeheven, tevens werd een schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom niet kon worden volstaan met een lichter middel, aangezien de vreemdeling een geldig paspoort had overhandigd en zich aan zijn meldplicht hield. De staatssecretaris benadrukte dat eerdere lichtere maatregelen niet tot vertrek hadden geleid.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstond. De weigering van de vreemdeling om zelfstandig te vertrekken rechtvaardigde de bewaring. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd; het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.