ECLI:NL:RVS:2015:2955
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing beroep verblijfsvergunning asiel wegens beschermingsalternatief Oekraïne
De staatssecretaris wees op 10 juni 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State toetste het hoger beroep aan de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000. Centraal stond de vraag of de staatssecretaris terecht een beschermingsalternatief Oekraïne aan de vreemdeling kon tegenwerpen. De vreemdeling was bij geboorte Syrisch staatsburger, maar had ook via haar moeder het Oekraïense staatsburgerschap verkregen.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet aan zijn bewijslast had voldaan. Uit het ambtsbericht bleek dat de vreemdeling het Oekraïense staatsburgerschap van rechtswege had verkregen en dat ontneming daarvan niet aannemelijk was. Ook had de staatssecretaris voldoende rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling en de veiligheidssituatie in Oekraïne.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De staatssecretaris had terecht het beschermingsalternatief Oekraïne tegengeworpen, waardoor de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kon worden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.