ECLI:NL:RVS:2015:2972
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering handhaving tijdelijke huisvesting seizoensarbeiders
Het college van burgemeester en wethouders van Breda wees het verzoek van appellanten om handhavend op te treden tegen de tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders op een perceel te Breda af. Appellanten stelden dat de huisvesting in strijd was met het voorschrift dat alleen werknemers die op het betreffende perceel werkzaam zijn, daar mogen worden gehuisvest.
De voorzieningenrechter had het bezwaar van appellanten tegen het collegebesluit gegrond verklaard en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het college nam een nieuw besluit, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het begrip 'bedrijf' in het voorschrift mede moet worden uitgelegd aan de hand van het advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen. Dit advies bevestigde dat het bedrijf meerdere percelen omvat, waaronder cultuurgrond elders dan het perceel waar de huisvesting plaatsvindt. De huisvesting van seizoensarbeiders die op deze verschillende percelen werkzaam zijn, is daarom niet in strijd met het voorschrift.
De Afdeling vond geen aanleiding tot nader onderzoek en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen handhavend op te treden tegen de huisvesting van seizoensarbeiders.