ECLI:NL:RVS:2015:2974
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verbod permanente bewoning recreatiewoning ondanks korte onderbreking
Het college van burgemeester en wethouders van Zeist legde aan appellanten een last onder dwangsom op om de permanente bewoning van hun recreatiewoning te staken, omdat deze in strijd was met het bestemmingsplan "Bos - Tuin". Appellanten voerden aan dat zij de woning vanaf de peildatum onafgebroken permanent bewoonden, met slechts een korte onderbreking van ongeveer vier maanden.
De rechtbank oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat de bewoning onafgebroken was en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat een onderbreking van circa vier maanden volgens het bestemmingsplan 1997 niet leidt tot het verlies van het overgangsrecht, waardoor het gebruik hervat mag worden.
Echter stelde het college in incidenteel hoger beroep dat appellanten niet op de peildatum hun hoofdverblijf in de recreatiewoning hadden, wat door de Afdeling werd bevestigd op basis van GBA-inschrijvingen. Hierdoor kon het overgangsrecht niet worden toegepast en was het gebruik voor permanente bewoning in strijd met het bestemmingsplan.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van appellanten en het incidenteel hoger beroep van het college gegrond, maar bevestigde de bestreden uitspraak met verbeterde gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het gebruik van de recreatiewoning voor permanente bewoning mag niet worden voortgezet en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.