ECLI:NL:RVS:2015:298
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verklaring omtrent gedrag voor exploitatievergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) af op grond van een lopende strafzaak wegens poging tot zware mishandeling en mishandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De staatssecretaris baseerde het besluit op het objectieve criterium dat herhaling van de strafbare feiten in de functie van exploitant een risico vormt voor de samenleving. Appellant voerde aan onschuldig te zijn en geen antecedenten te hebben, maar dit werd verworpen omdat de enkele verdenking voldoende is voor weigering.
De Raad van State oordeelt dat het korte tijdsverloop sinds de feiten en de ernst daarvan een weigering rechtvaardigen. Ook het betoog dat de omstandigheden waaronder de feiten plaatsvonden niet zijn meegewogen, faalt omdat die omstandigheden alleen relevant zijn bij twijfel over het afgeven van de VOG.
Ten slotte is het inherent aan het beschermingsbelang van de samenleving dat weigering van een VOG gevolgen heeft voor de aanvrager, en dit vormt geen bijzondere omstandigheid om van de beleidsregels af te wijken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een verklaring omtrent gedrag voor exploitatievergunning.