ECLI:NL:RVS:2015:2980
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing huurtoeslag 2010 ondanks geschil over inschrijving medebewoner
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 1 november 2013 de huurtoeslag van appellant over 2010 op nihil en vorderde € 2.461,00 terug wegens vermeende te hoge voorschotten. De Belastingdienst baseerde dit op de inschrijving van de dochter van appellant als medebewoner in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA), waardoor haar inkomen meetelde bij de toetsing van het recht op huurtoeslag.
Appellant maakte bezwaar en leverde bewijs aan dat zijn dochter vanaf 12 juli 2010 elders woonde, waarop de Belastingdienst de toeslag vanaf 1 augustus 2010 alsnog toewees. Voor de periode tot 31 juli 2010 bleef het besluit gehandhaafd omdat appellant geen bewijs leverde van een onjuiste inschrijving in de GBA.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat de inschrijving in de GBA leidend is voor het oordeel wie als medebewoner geldt, tenzij onjuistheid van de inschrijving aannemelijk is en deze niet aan appellant kan worden toegerekend. De door appellant overgelegde e-mails en bankafschriften boden onvoldoende bewijs dat de inschrijving onjuist was in de eerste helft van 2010.
Daarom was het juist dat de Belastingdienst het inkomen van de dochter meerekende bij de huurtoeslagtoetsing. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; uitspraak rechtbank bevestigd dat inkomen dochter als medebewoner meeweegt bij huurtoeslag 2010.