ECLI:NL:RVS:2015:2989
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor horeca ondanks bezwaar omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 24 april 2013 een omgevingsvergunning aan WHT Monumenten B.V. voor het gebruik van units op het Westelijk Handelsterrein (WHT) als horeca. Een omwonende, appellant, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende strijd met het bestemmingsplan en geluidsoverlast. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college bevoegd was om met toepassing van de relevante wetsartikelen af te wijken van het bestemmingsplan, ook al was dit recent vastgesteld. De uitbreiding van het bruto vloeroppervlak voor horeca overschrijdt de in het bestemmingsplan opgenomen maximale oppervlakte, maar voldoet aan de voorwaarden voor afwijking. De appellant voerde aan dat het gebruik tot geluidsoverlast zou leiden, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt en het college stelde dat voldaan kon worden aan de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Verder nam de Raad van State mee dat WHT Monumenten B.V. maatregelen neemt om overlast te beperken. De rechtbank had daarom terecht geoordeeld dat het college in redelijkheid de vergunning kon verlenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de omwonende wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor horeca bevestigd.