ECLI:NL:RVS:2015:299
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor functie postsorteerder
De staatssecretaris heeft op 18 september 2013 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor de functie van postsorteerder afgewezen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 12 december 2013 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant op 3 juli 2014 eveneens ongegrond.
Appellant voerde aan dat de weigering niet mede op het sepot van een eerdere zaak mocht worden gebaseerd en dat de proeftijd van zijn veroordeling inmiddels was verstreken, waardoor alsnog een VOG zou moeten worden afgegeven. De rechtbank oordeelde dat de weigering terecht was gebaseerd op de veroordeling wegens medeplegen van voorbereiding van afpersing en/of diefstal onder strafverzwarende omstandigheden.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en overweegt dat het objectieve criterium van het beleidskader VOG wordt gehaald wanneer het strafbare feit, indien herhaald, een belemmering vormt voor de uitoefening van de functie. Het feit dat de proeftijd is verstreken en appellant zich niet opnieuw heeft schuldig gemaakt, doet hieraan niet af. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG op grond van de eerdere veroordeling.