ECLI:NL:RVS:2015:2991
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsommen wegens onrechtmatige bouw balkon
Het college van burgemeester en wethouders van Haren heeft op 15 oktober 2013 besloten over te gaan tot invordering van verbeurde dwangsommen van € 2.500,00 wegens het niet verwijderen van een balkon dat in strijd was met artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Dit balkon was zonder de vereiste omgevingsvergunning gebouwd aan een loods op een perceel in Haren.
[Appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en de invordering aangevochten bij de rechtbank Noord-Nederland, maar deze verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. Hij voerde aan dat het oorspronkelijke besluit tot oplegging van de last onder dwangsom onrechtmatig was, omdat het balkon volgens hem geen vergunning vereiste en het college op verkeerde regelgeving had getoetst.
De Raad van State oordeelt dat de bezwaren tegen de rechtmatigheid van het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom niet meer aan de orde kunnen komen bij de toetsing van het invorderingsbesluit, omdat deze besluiten in rechte onaantastbaar zijn geworden. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 september 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.