ECLI:NL:RVS:2015:2999
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.J. van Eck
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vergoeding rechtsbijstand zonder inhouding eigen bijdrage bij niet-betaling cliënt
De zaak betreft een hoger beroep van een rechtsbijstandverlener tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin een vermindering van de vergoeding wegens niet-betaalde eigen bijdrage door de cliënt werd bevestigd.
De raad voor rechtsbijstand had aanvankelijk een vergoeding van nihil toegekend, later gewijzigd naar €463,51 na inhouding van de laagste eigen bijdrage van €77,00 op een totale vergoeding van €540,51. De toevoeging was tussentijds beëindigd vanwege het niet betalen van de eigen bijdrage door de cliënt.
De rechtsbijstandverlener stelde dat bij tussentijdse beëindiging wegens niet-betaling de volledige vergoeding aan hem toekomt, zonder inhouding van de eigen bijdrage. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 32, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr) bepaalt dat in zulke gevallen alleen daadwerkelijk betaalde bedragen in mindering mogen worden gebracht.
De werkinstructie van de raad, die inhouding van de laagste eigen bijdrage toestond, is daarmee in strijd. De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de volledige vergoeding van €540,51 aan de rechtsbijstandverlener moet worden betaald, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De volledige vergoeding van €540,51 wordt aan de rechtsbijstandverlener toegekend zonder inhouding van eigen bijdrage.