ECLI:NL:RVS:2015:3012
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep staatssecretaris
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 24 maart 2014 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdelingen bij terugkeer naar Cyprus overeenkomstig de geldende beginselen zouden worden behandeld, mede aan de hand van een instemmingsverklaring van de Cypriotische autoriteiten. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht mocht vertrouwen op de instemmingsverklaring, waarin werd bevestigd dat de vreemdelingen na terugkeer een procedure voor een nieuwe verblijfsstatus en reisdocumenten zouden ondergaan. De rechtbank had dit onvoldoende gemotiveerd betwist.
Verder stelde de Afdeling vast dat de vreemdelingen geen voldoende bewijs hadden geleverd voor het risico van refoulement naar Iran of voor het niet naleven van verdragsverplichtingen door Cyprus. Ook was de klacht over het ontbreken van nieuwe voornemens door de staatssecretaris ongegrond.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.