ECLI:NL:RVS:2015:3025
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking monumenten-, bouw- en sloopvergunning wegens langdurig niet-gebruik
Het college van burgemeester en wethouders van Wageningen heeft bij besluit van 17 december 2013 de in 2000 aan appellante verleende monumenten-, bouw- en sloopvergunningen ingetrokken omdat gedurende meer dan dertien jaar geen gebruik was gemaakt van deze vergunningen. Appellante had het pand in 2012 verkocht aan een stichting die andere plannen heeft dan waarvoor de vergunningen waren verleend.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellante tegen de intrekking ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het college niet in redelijkheid tot intrekking had mogen besluiten, onder meer omdat zij aannemelijk maakte dat de stichting binnen korte termijn gebruik zou maken van de vergunningen, dat het college onvoldoende rekening had gehouden met haar belangen en het belang van monumentenzorg, en dat het college haar gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat het college beleidsvrijheid heeft bij het intrekken van vergunningen en dat de rechter terughoudend moet toetsen. Appellante is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat binnen korte termijn gebruik zal worden gemaakt van de vergunningen, mede omdat de stichting andere plannen heeft en de financiering niet rond is. Het college heeft het belang van een actueel vergunningenbestand en een nieuw bestemmingsplan terecht meegewogen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de vergunningen wegens langdurig niet-gebruik en verklaart het hoger beroep ongegrond.