ECLI:NL:RVS:2015:3050

Raad van State

Datum uitspraak
30 september 2015
Publicatiedatum
30 september 2015
Zaaknummer
201500267/1/A3 en 201500272/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Troostwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet openbaarheid van bestuur
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing Wob-verzoek inzake toezicht Telecommunicatiewet

Appellant heeft bij de minister en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met betrekking tot het toezicht op de Telecommunicatiewet. Zowel de minister als de ACM hebben dit verzoek afgewezen. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze bezwaren werden door beide instanties ongegrond verklaard.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en niet-ontvankelijk voor bepaalde onderdelen. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht de besluiten van minister en ACM heeft getoetst aan de Wob, aangezien het verzoek van appellant duidelijk als een Wob-verzoek was geformuleerd.

Verder kon appellant niet duidelijk maken waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het Wob-verzoek bevestigd.

Uitspraak

201500267/1/A3 en 201500272/1/A3.
Datum uitspraak: 30 september 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op de hoger beroepen van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 24 november 2014 in zaken nrs. 14/6849, 14/6847 en 14/7947 in de gedingen tussen:
[appellant]
en
de minister van Economische Zaken onderscheidenlijk de Autoriteit Consument en Markt (hierna: de ACM).
Procesverloop
Bij besluit van 21 november 2013 heeft de minister een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) met betrekking tot het toezicht op de Telecommunicatiewet, voor zover dit verzoek door de ACM aan hem was doorgezonden, afgewezen.
Bij besluit van 23 januari 2014 heeft de ACM het verzoek van [appellant], voor zover dit verzoek niet reeds was doorgezonden aan de minister, afgewezen.
Bij besluit van 12 juni 2014 heeft de minister het door [appellant] tegen het besluit van 21 november 2013 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij afzonderlijke brief van 12 juni 2014 heeft de minister een toelichting gegeven op beleidsmatige aspecten die [appellant] aan de orde heeft gesteld in zijn bezwaarschrift en aanvullende bezwaarschrift.
Bij besluit van 13 juni 2014 heeft de ACM het door [appellant] tegen het besluit van 23 januari 2014 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Op 13 juni 2014 heeft de ACM tevens een begeleidend schrijven aan [appellant] verzonden.
Bij uitspraak van 24 november 2014 in zaak nr. 14/6849 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard voor zover het is gericht tegen het besluit van de minister van 12 juni 2014 en niet-ontvankelijk verklaard voor zover het is gericht tegen de afzonderlijke brief van dezelfde datum. Deze uitspraak is aangehecht.
Bij uitspraak van 24 november 2014 in zaken nrs. 14/6847 en 14/7947 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard voor zover het is gericht tegen het besluit van de ACM van 13 juni 2014 en niet-ontvankelijk verklaard voor zover het is gericht tegen het begeleidende schrijven van dezelfde datum. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraken heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De minister en de ACM hebben een verweerschrift ingediend.
De zaken zijn door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaken ter zitting behandeld op 22 september 2015, waar [appellant], de minister, vertegenwoordigd door mr. A.C. Overduin, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken, en de ACM, vertegenwoordigd door mr. S. Jansen, werkzaam bij de ACM, zijn verschenen.
Overwegingen
1. [appellant] betoogt dat de rechtbank, in navolging van de minister en de ACM, zijn vragen ten onrechte slechts ziet als een verzoek op grond van de Wob. Daarmee worden de echte door hem gestelde vragen bewust niet behandeld, aldus [appellant].
1.1. Het besluit van de minister van 21 november 2013 en het besluit van de ACM van 23 januari 2014 zijn genomen naar aanleiding van een brief van [appellant] van 15 september 2013. Het onderwerp van deze brief is: "Wob-verzoek met betrekking tot het toezicht op de Telecommunicatiewet". Aan het slot van de brief staat: "De Wob-verzoeken dienen om informatie in te winnen die tot op heden in de correspondentie ontbreekt, is achtergehouden of in strijd is met de wet." De minister en de ACM hebben deze brief van [appellant] reeds gelet op de formulering ervan terecht aangemerkt als een verzoek op grond van de Wob. Derhalve heeft de rechtbank de besluiten van de minister en de ACM terecht getoetst aan de Wob.
Het betoog faalt.
2. Voor het overige kan uit het hogerberoepschrift van [appellant], ook nadat hem ter zitting om verduidelijking is gevraagd, niet worden opgemaakt waarom de aangevallen uitspraak volgens hem onjuist dan wel onvolledig is. Het aangevoerde geeft daarom geen aanleiding om die uitspraak te vernietigen.
3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraken.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Herweijer, griffier.
w.g. Troostwijk w.g. Herweijer
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2015
640.