ECLI:NL:RVS:2015:3054
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inschrijving geboorteakte in basisregistratie personen
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om een geboorteakte in te schrijven in de basisregistratie personen (brp). Het college wees dit verzoek af vanwege twijfels over de authenticiteit van de overgelegde geboorteakte, die was opgesteld naar aanleiding van een verlate geboorteaangifte in Kameroen.
Het college baseerde zijn oordeel mede op rapporten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) waarin appellante verklaarde geen vader te hebben en middelbaar onderwijs te hebben gevolgd, wat volgens het college impliceert dat zij eerder al in het bezit was van een geboorteakte. Appellante voerde aan dat deze rapporten alleen in de asielprocedure gebruikt mochten worden en dat zij nooit naar school is geweest en haar vader nog leeft.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht de IND-rapporten mocht betrekken bij zijn besluit en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verklaringen in die rapporten onjuist waren. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot inschrijving van de geboorteakte in de basisregistratie personen wordt bevestigd.