ECLI:NL:RVS:2015:3057
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onbevoegdverklaring rechtbank inzake Wbp-informatieverzoek
Appellante verzocht op 18 maart 2014 de raad van bestuur van het UWV om informatie op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep ongegrond omdat zij oordeelde dat het verzoek op 14 maart 2014 was gedaan en dat er geen besluit was genomen, waardoor geen beroep mogelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt vast dat het verzoek niet op 18 maart 2014 een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb betrof, maar een klacht met algemene opmerkingen. Daardoor kon het uitblijven van een besluit niet gelijk worden gesteld aan een besluit en was de rechtbank onbevoegd.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de rechtbank onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep.