ECLI:NL:RVS:2015:306
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor gastouderfunctie na veroordelingen
Appellante heeft een aanvraag gedaan voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) voor de functie van gastouder bij een gastouderbureau in Den Haag. De staatssecretaris heeft deze aanvraag geweigerd vanwege haar justitiële verleden, waaronder een recente veroordeling voor poging tot zware mishandeling en eerdere veroordelingen voor onder meer opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond verklaard, en dit oordeel is in hoger beroep onbestreden gebleven. Appellante stelde dat zij alleen voor haar kleinkinderen wil zorgen en niet voor andere kinderen, en dat zonder vergoeding zij de zorg financieel niet kan dragen, wat zou kunnen leiden tot een besluit van Bureau Jeugdzorg om haar de zorg te ontzeggen.
De Raad van State oordeelt dat het belang van appellante niet zwaarder weegt dan het objectief vastgestelde risico voor de samenleving. De VOG is niet uitsluitend bedoeld voor de zorg aan haar kleinkinderen, maar ook voor andere kinderen via het gastouderbureau. Het risico voor de samenleving en de beleidsregels rechtvaardigen de weigering. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG en verklaart het hoger beroep ongegrond.