ECLI:NL:RVS:2015:3064
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag 2009 na onvolledige bewijsvoering
De Belastingdienst/Toeslagen had de voorschotten kinderopvangtoeslag van appellante over 2009 en 2010 herzien en op nihil gesteld. Voor 2010 werd het bezwaar gegrond verklaard na overlegging van betalingsbewijzen, maar voor 2009 werd het geschil voortgezet omdat appellante niet voldoende kon aantonen dat zij de gastouder contant had betaald.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen het op nihil stellen van het voorschot over 2009 ongegrond verklaard. Appellante stelde dat de Belastingdienst in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel had gehandeld door onvoldoende duidelijkheid te verschaffen over de bewijsvereisten en dat het op nihil stellen in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
De Raad van State oordeelde dat appellante als ontvanger van kinderopvangtoeslag gehouden is een deugdelijke administratie te voeren waaruit blijkt dat de kosten daadwerkelijk zijn betaald. Het ontbreken van een wettelijke specificatie van bewijsstukken ontslaat haar niet van deze verplichting. Tevens is het op nihil stellen van het voorschot terecht omdat zij niet het volledige bedrag kon aantonen te hebben betaald. De financiële situatie van appellante rechtvaardigt geen afwijking van deze maatregel.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.