ECLI:NL:RVS:2015:307
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het verblijfsrecht van de echtgenote van de vreemdeling niet tot een verblijfsrecht voor de vreemdeling zelf leidde. De situatie van de echtgenote, die niet wordt uitgezet, kan niet worden vergeleken met jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over gezinsleden die wel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Verder faalden de beroepsgronden van de vreemdeling over zijn bekering tot het christendom en het beroep op artikel 8 EVRM Pro. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.