ECLI:NL:RVS:2015:3082
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van uitspraak inzake afwijzing verblijfsvergunning regulier
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 4 september 2013 werd afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 3 juli 2014 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 februari 2015 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling constateerde dat de rechtbank niet voldoende gemotiveerd had waarom de beroepsgronden, met name met betrekking tot artikel 8 EVRM Pro, niet konden leiden tot een andere uitkomst. De rechtbank had slechts een gedeeltelijke en vrijwel letterlijke weergave gegeven van het bestuursbesluit zonder inhoudelijke beoordeling van de aangevoerde gronden.
Daarom oordeelde de Afdeling dat de uitspraak van de rechtbank in strijd was met artikel 8:69, eerste lid, van de Awb en vernietigde zij de uitspraak. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling.
Daarnaast stelde de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast op €490 en bepaalde dat het betaalde griffierecht van €248 aan de vreemdeling wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.