ECLI:NL:RVS:2015:3085
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering bijzondere omstandigheden
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 11 maart 2015 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, waarbij de vreemdeling stelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij geen gebruik had gemaakt van de bevoegdheid om de behandeling van haar aanvraag aan zich te trekken, mede gezien haar terminale nierinsufficiëntie en de noodzaak van mantelzorg door haar partner.
De staatssecretaris beriep zich op de vergelijkbaarheid van medische voorzieningen in Duitsland en Nederland en het ontbreken van bewijs dat de vreemdeling niet in Duitsland behandeld kon worden. De Afdeling oordeelde echter dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de medische situatie en mantelzorgbehoefte geen bijzondere omstandigheden vormden die toepassing van artikel 17 rechtvaardigen Pro.
De Afdeling vernietigde het besluit en droeg de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.