ECLI:NL:RVS:2015:3093
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging muilkorfgebod voor wolfshond na incidenten op openbare plaatsen
De zaak betreft het hoger beroep van een eigenaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven dat hem verplicht zijn wolfshond kort aan te lijnen en te muilkorven op openbare plaatsen of terreinen van anderen.
Het college baseerde het besluit op twee incidenten waarbij de hond agressief gedrag vertoonde, namelijk op 3 september 2012 en 7 december 2013. De rechtbank oordeelde dat het college in redelijkheid het muilkorfgebod kon opleggen. De eigenaar voerde onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte aannam dat zijn hond als eerste aanviel en dat de aangiften niet tot vervolging hadden geleid.
De Raad van State overweegt dat het college beoordelingsvrijheid heeft en dat de rechtbank deze terughoudend heeft getoetst. De Raad stelt vast dat het college terecht mocht afgaan op het proces-verbaal en verklaringen van de eigenaar zelf. De niet-vervolging van de incidenten is niet relevant voor het bestuursrechtelijke oordeel. Klachten over het politieoptreden en stigmatisering van de hond leiden niet tot vernietiging van het besluit.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het muilkorfgebod voor de wolfshond wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.