ECLI:NL:RVS:2015:3094
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan woningbouw in Maasland
De raad van de gemeente Midden-Delfland stelde op 26 mei 2015 het bestemmingsplan '4e partiële herziening Bestemmingsplan Kern Maasland 2008: ’t Wijland' vast, waarin woningbouw mogelijk werd gemaakt op gronden ten noorden van de woning van appellant. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit vanwege aantasting van uitzicht, privacy en waardevermindering van zijn woning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat er geen recht op vrij uitzicht bestaat en dat de raad beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen. De raad mocht in redelijkheid aannemen dat woningbouw passend is gezien de ligging binnen de bebouwde kom en de veranderde karakteristiek van het gebied. De beperkingen in het plan, zoals maximale bouwhoogte en afstand tot het perceel van appellant, maken een onaanvaardbare aantasting van woon- en leefklimaat niet aannemelijk.
Verder werd geoordeeld dat de belangen van appellant niet zwaarder wegen dan het belang bij woningbouw en dat de mogelijke waardevermindering niet zodanig is dat de raad dit anders had moeten afwegen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan voor woningbouw is ongegrond verklaard.