ECLI:NL:RVS:2015:311

Raad van State

Datum uitspraak
23 januari 2015
Publicatiedatum
4 februari 2015
Zaaknummer
201500563/1/A3 en 201500563/2/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:86 AwbArt. 9 Wth
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging huisverbod na incident huiselijk geweld en afwijzing voorlopige voorziening

Op 30 december 2014 vond een incident plaats in een horecagelegenheid waarbij verzoeker en zijn echtgenote betrokken waren. De echtgenote deed melding van mishandeling, ondersteund door een getuigenverklaring en een mutatierapport waarin letsel werd geconstateerd. Agenten verwezen de echtgenote door naar het letselspreekuur van de GGD.

De burgemeester legde op 5 januari 2015 een huisverbod op aan verzoeker. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De burgemeester verlengde het huisverbod tot 28 januari 2015. Verzoeker ging in hoger beroep en vroeg opnieuw om een voorlopige voorziening.

De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek af. Het oordeel was gebaseerd op het risico op voortzetting van gevaar, zoals vastgesteld in het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, het kinderverhoor en het proces-verbaal van de hulpofficier van justitie. Het zorgadvies van 8 januari 2015 toonde aan dat veiligheidsafspraken nog niet voldoende waren en dat hulpverlening noodzakelijk bleef.

Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat hij een zodanig belang had om de woning eerder te betreden dan de einddatum van het huisverbod. De situatie was niet in relevante mate gewijzigd, waardoor het huisverbod gerechtvaardigd bleef.

Uitkomst: Het huisverbod wordt bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

201500563/1/A3 en 201500563/2/A3
Datum uitspraak: 23 januari 2015 AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van Pro die wet, op het hoger beroep van: [verzoeker], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 8 januari 2015 in zaak nr. C/13/578985/FA RK 14-9703(#) in het geding tussen: [verzoeker] en de burgemeester van Aalsmeer. Openbare zitting gehouden op 23 januari 2015 om 13:30 uur. Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman voorzieningenrechter griffier: mr. P. Klein
jurist: mr. Y. Soffner Verschenen:
[verzoeker], bijgestaan door mr. C.M.H. van Vliet, advocaat te Den Haag, de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. J.J.G.M. van der Kroft, werkzaam bij de gemeente, en [echtgenote], bijgestaan door mr. J.F.M. Kappé, advocaat te Amstelveen. Bij besluit van 5 januari 2015 heeft de burgemeester aan [verzoeker] een huisverbod opgelegd. Bij uitspraak van 8 januari 2015 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Bij besluit van 9 januari 2015 heeft de burgemeester het huisverbod verlengd tot 28 januari 2015 (17:15 uur). Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 8 januari 2015 alsmede, gelet op het bepaalde in artikel 9, tweede lid, van de Wet tijdelijk huisverbod (hierna: Wth), tegen het besluit van 9 januari 2015. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Beslissing De voorzieningenrechter:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af. Gronden van de beslissing Op 30 december 2014 heeft een incident plaatsgevonden in een horecagelegenheid tussen [verzoeker] en zijn [echtgenote]. Over het verloop hiervan hebben [verzoeker] en zijn echtgenote uiteenlopende verklaringen afgelegd. De melding dat [verzoeker] zijn echtgenote tijdens dit incident zou hebben mishandeld kwam van zijn echtgenote en wordt ondersteund door een verklaring van een getuige. Uit het mutatierapport van 5 januari 2015 blijkt dat agenten hebben geconstateerd dat de echtgenote een plek op haar been heeft. Zij hebben de echtgenote doorgestuurd naar het letselspreekuur bij de GGD. [verzoeker] heeft blijkens het verweerschrift in de echtscheidingsprocedure aangegeven dat de situatie tussen hem en zijn echtgenote nog verder is geëscaleerd en dat de kinderen erg last hebben van spanningen. Gelet hierop en in aanmerking genomen de opmerkingen in het gehanteerde Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, de politiemutaties, het kinderverhoor en het proces-verbaal van bevindingen van de hulpofficier van justitie van 31 december 2014, heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat de burgemeester, na afweging van de betrokken belangen, kon besluiten een huisverbod op te leggen. Uit het zorgadvies van 8 januari 2015, welk advies de burgemeester aan zijn besluit tot verlenging van het huisverbod ten grondslag heeft gelegd, blijkt dat het nog niet gelukt is om voldoende hanteerbare veiligheidsafspraken te maken. Nu nog geen reële aanvang met de hulpverlening is gemaakt, terwijl hulpverlening noodzakelijk is, heeft de burgemeester zich op het standpunt mogen stellen dat de dreiging van het gevaar als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wth zich voortzet. Voorts is niet gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan kan worden geoordeeld dat de situatie inmiddels in relevante mate is gewijzigd. [verzoeker] heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat hij op dit moment een zo groot belang heeft bij het betreden van de woning eerder dan op 28 januari 2015, dat om deze reden het huisverbod niet langer gerechtvaardigd zou zijn. w.g. Borman w.g. Klein
voorzieningenrechter  griffier 176-818.