ECLI:NL:RVS:2015:311
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod na incident huiselijk geweld en afwijzing voorlopige voorziening
Op 30 december 2014 vond een incident plaats in een horecagelegenheid waarbij verzoeker en zijn echtgenote betrokken waren. De echtgenote deed melding van mishandeling, ondersteund door een getuigenverklaring en een mutatierapport waarin letsel werd geconstateerd. Agenten verwezen de echtgenote door naar het letselspreekuur van de GGD.
De burgemeester legde op 5 januari 2015 een huisverbod op aan verzoeker. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De burgemeester verlengde het huisverbod tot 28 januari 2015. Verzoeker ging in hoger beroep en vroeg opnieuw om een voorlopige voorziening.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek af. Het oordeel was gebaseerd op het risico op voortzetting van gevaar, zoals vastgesteld in het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, het kinderverhoor en het proces-verbaal van de hulpofficier van justitie. Het zorgadvies van 8 januari 2015 toonde aan dat veiligheidsafspraken nog niet voldoende waren en dat hulpverlening noodzakelijk bleef.
Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat hij een zodanig belang had om de woning eerder te betreden dan de einddatum van het huisverbod. De situatie was niet in relevante mate gewijzigd, waardoor het huisverbod gerechtvaardigd bleef.
Uitkomst: Het huisverbod wordt bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.