ECLI:NL:RVS:2015:3126
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vergunning veehouderij nabij Natura 2000-gebieden
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op 15 oktober 2013 een vergunning voor het in werking hebben van een veehouderij aan een locatie te Cothen, waarbij de gevolgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn beoordeeld. Mob en Leefmilieu maakten bezwaar en stelden onder meer dat de vergunning onrechtmatig was verleend en dat de stikstofdepositie zou toenemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was om de vergunning te verlenen voor de veehouderij, dat de vergunning betrekking had op de juiste Natura 2000-gebieden binnen de provincie Utrecht en dat de bestaande rechten op basis van eerdere meldingen niet waren vervallen. Nieuwe beroepsgronden die laat in de procedure werden ingebracht, werden buiten beschouwing gelaten vanwege strijd met de goede procesorde.
De Afdeling concludeerde dat het college een juist uitgangspunt had gehanteerd bij de beoordeling van de stikstofdepositie en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de veehouderij nabij Natura 2000-gebieden is ongegrond verklaard.