ECLI:NL:RVS:2015:3138
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Herziening boeteoplegging voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens onevenredige boeteverhoging
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 16 december 2013 een boete van €24.000,00 op aan [appellant sub 2] wegens het laten verrichten van arbeid door een Roemeense vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Midden-Nederland matigde de boete tot €12.000,00 vanwege een verminderde mate van verwijtbaarheid en verklaarde het beroep van [appellant sub 2] gegrond. Zowel de minister als [appellant sub 2] gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de uniforme verhoging van het boetenormbedrag van €8.000,00 naar €12.000,00 onredelijk was omdat het beleid onvoldoende differentieerde tussen werkgevers. Tevens was de matiging van 50% door de rechtbank te royaal, gezien het feit dat het controlesysteem van [appellant sub 2] niet voldeed aan de vereiste waarborgen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 14 mei 2014, herroept het boetebesluit van 16 december 2013 en stelt de boete vast op €12.000,00 na een verhoging wegens recidive en een matiging van 25%. Daarnaast veroordeelde zij de minister tot vergoeding van proceskosten aan [appellant sub 2].
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €12.000,00 na matiging en verhoging wegens recidive.