ECLI:NL:RVS:2015:3142
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning en zwaar inreisverbod wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 23 januari 2014 werd afgewezen. Daarnaast was tegen hem een zwaar inreisverbod uitgevaardigd dat op het moment van de aanvraag nog van kracht was. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat hij geen belang zou hebben bij de beoordeling van zijn beroep vanwege het inreisverbod.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het belang van zijn beroep ontkende en dat de beoordeling van zijn aanvraag mede moest worden gezien als een verzoek tot opheffing van het zware inreisverbod. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de rechtbank het beroep had moeten behandelen alsof het mede gericht was tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het inreisverbod.
Verder oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van de vreemdeling niet op juiste wijze had onderzocht en de afwijzing onvoldoende had gemotiveerd. Daarom werd het besluit vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en het zware inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.