ECLI:NL:RVS:2015:3145
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek afhankelijkheidsrelatie
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 27 februari 2015 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen de vreemdeling en haar zoon, zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Dublinverordening. De vreemdeling stelde dat zij vanwege haar medische situatie, waaronder een posttraumatische stressstoornis, afhankelijk was van haar zoon, hetgeen werd ondersteund door een medisch attest van een GZ-psycholoog.
De staatssecretaris had echter geoordeeld dat niet was aangetoond dat er een concrete afhankelijkheid bestond en dat het op zijn weg lag om het Bureau Medische Advisering om advies te vragen. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan en dat de brief van de psycholoog duidelijk maakte dat de aanwezigheid van de zoon noodzakelijk was voor het slagen van de behandeling.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris werd opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de staatssecretaris dient een nieuw besluit te nemen.