ECLI:NL:RVS:2015:3172
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
In deze zaak heeft de minister op 6 augustus 2013 boetes opgelegd aan appellante en twee andere partijen wegens overtreding van artikel 2 en Pro artikel 15 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boetes betroffen het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning en het niet naleven van administratieve verplichtingen. Appellante stelde dat de vreemdeling als zelfstandige werkte zonder gezagsverhouding, maar de Raad van State oordeelde dat uit verklaringen en feiten voldoende blijkt dat de vreemdeling onder gezag van appellante werkte.
Appellante voerde verder aan dat de boetes gematigd moesten worden omdat de arbeid marginaal was en zij civielrechtelijk aansprakelijk werd gesteld door de andere partijen. De Raad van State verwierp deze argumenten, aangezien de vreemdeling 48 uur werkte en de civiele aansprakelijkheid binnen de risicosfeer van appellante valt.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 19 november 2014 is bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Raad van State benadrukt dat de minister bij het opleggen van boetes een discretionaire bevoegdheid heeft die moet worden afgestemd op de ernst en verwijtbaarheid, maar dat in deze zaak de boetes passend zijn opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.