ECLI:NL:RVS:2015:318
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzake weigering inzage in minuten bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
In deze zaak hebben appellanten bezwaar gemaakt tegen het besluit van 3 december 2009 van de staatssecretaris van Justitie om inzage in minuten, behorende bij besluiten tot het buiten behandeling stellen van hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf, te weigeren. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit deels, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellanten gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde een bevoegdheidsgebrek bij de besluiten, maar passeerde dit vanwege het ontbreken van nadeel voor appellanten. Verder oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte geen inhoudelijke beoordeling gaf van de beroepsgronden op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en dat de staatssecretaris het inzagerecht onvoldoende had gehonoreerd. De juridische analyse in de minuten is geen persoonsgegeven, maar de daarin opgenomen persoonsgegevens van appellanten vallen wel onder de Wbp en dienen volledig en begrijpelijk te worden verstrekt.
Daarnaast werd vastgesteld dat appellanten ten onrechte niet zijn gehoord in de bezwaarfase, wat in strijd is met de Awb. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 8 april 2010, en beval de minister van Buitenlandse Zaken tot een nieuw besluit op bezwaar, waarbij het verzoek om inzage zowel op grond van de Wbp als de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) moet worden beoordeeld.
Tot slot werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten. De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van inzagerechten en zorgvuldige besluitvorming in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het besluit van 8 april 2010 wordt vernietigd en de minister van Buitenlandse Zaken dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.