ECLI:NL:RVS:2015:3189
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting
De minister legde op 20 januari 2014 een boete van €12.000 op aan appellanten wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank de boete vast op €6.000. Zowel de minister als appellanten gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat de verhoging van het boetenormbedrag naar €12.000 niet zonder nadere differentiatie redelijk is, waardoor het lagere normbedrag van €8.000 (en €4.000 voor natuurlijke personen) als uitgangspunt blijft gelden. Appellanten voerden aan dat de vreemdelingen illegaal verbleven en dat de boete gematigd moest worden vanwege het ontbreken van terugkeerprocedures en hun financiële situatie. Dit werd verworpen omdat de minister terecht heeft bepaald dat de kosten van terugkeer via de boete worden verrekend en dat de financiële draagkracht van appellanten voldoende was.
Verder stelde de Afdeling dat appellanten als werkgevers verantwoordelijk zijn voor naleving van de Wav, ook als zij niet op de hoogte waren van de aanwezigheid van de tweede vreemdeling. Het incidenteel hoger beroep van appellanten en het hoger beroep van de minister werden ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €6.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en wijst de beroepen af.